Extra oefeningen bij Hoofdstuk 2 En 5

Het eerste belangrijke wat je moet kunnen is omgaan met grafieken op je grafische rekenmachine.

Opgave 1

Gegeven is de functie

(1)
\begin{equation} y=0,2x^4 - 6x^2 - 8x + 8 \end{equation}

a Plot de grafiek, neem hierbij x van -6 tot 7 en kies zelf goede waarden voor y.
b Bepaal de twee snijpunten van de grafiek met de x-as, die rechts van de oorsprong liggen.
c Bepaal de coördinaten van het minimum van deze grafiek in 4 decimalen nauwkeurig.
d Vlak bij de oorsprong heeft de grafiek een top, geef ook hiervan de coördinaten in 4 decimalen nauwkeurig.
e Geef de snijpunten van deze grafiek met de lijn y=2x - 20.

Opgave 2

Los op:

(2)
\begin{equation} 3*0,5^x = 4 \end{equation}

Je moet kunnen inter- en extrapoleren

Opgave 3

Geef een schatting voor de ontbrekende waarden in de volgende tabel:

t 0 5 10 12 15 25 31
N 31,4 53,2 71,6 95,2 139,7

Je moet met verschillende grafieken kunnen werken. Kijk hiervoor naar paragraaf 5.5

Je moet alle testbeelden kunnen maken.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License